Magic Basics

De basis-weetjes voor mensen die voor ‘t eerst Magic spelen:

Iedere speler begint om 20 levenspunten. Je bent dood (uit het spel) als je life-total minder dan 1 is.
Je schudt je kaarten (library/deck), legt ze naast je en pakt de bovenste 7 kaarten in je hand.
Hou een plekje vrij naast je library als ‘graveyard’ (weggooi-stapel).

Een beurt bestaat uit 5 fasen:

  1. Beginning phase (untap, upkeep draw)
  2. First main phase (ook bekend als pre-combat main phase)
  3. Combat phase (beginning of combat, declare attackers, declare blockers, combat damage, end of combat)
  4. Second main phase (ook bekend als post-combat main phase)
  5. End phase (end of turn step, cleanup step)

Kaarten mag je bijna alleen maar spelen in je main-phases.

De hoofdverdeling in kaarten is:

  • Land
    • geen symbooltje rechtsboven
    • je mag er maar 1 per beurt spelen
    • je mag ‘m meteen gebruiken om ‘mana’ te genereren
  • Spells
    • ‘casting cost’ staat rechtsboven
    • je mag er zoveel spelen als je kan betalen
    • wanneer precies hangt af van ‘t type

Spells zijn onder te verdelen in twee hoofdtypen:

  • Permanents
    • blijven liggen als ‘t je lukt om ze te spelen
    • weer onder te verdelen in:
      • Creatures
      • Artifacts
      • Enchantments
  • Non-permanents
    • gaan naar de graveyard nadat ze gespeeld zijn
    • onder te verdelen in:
      • Sorceries
      • Instants

Instants zijn de enige kaart-soorten die je altijd mag spelen, ook buiten je main-phase en zelfs in de beurt van je tegenstanders.
Een kaart is van een ‘kleur’ als ‘t bijbehorende mana-symbool in de casting cost zit. De kleuren en hun bijbehorende landtypes zijn:
rood (mountains), zwart (swamps), wit (plains), blauw (islands) en groen (forests). Elke kleur heeft z’n eigen ’smaak’ of ’speelstijl’. Kleurloze spells zijn altijd artifacts.

De term ‘tappen’ betekent een kaart 90 graden draaien. Dit geeft aan dat je een kaart gebruikt hebt, en dat ie dus niet nog een keer getapt (gebruikt) kan worden. Je tapt bijvoorbeeld een landje om de ‘mana’ (energie) van z’n kleur beschikbaar te maken, die je dan weer gebruikt om een spell te betalen. Het symbool voor tappen is een gehaakt pijltje. Creatures worden getapt als ze aanvallen (declare attackers stap), en kunnen alleen maar blocken (declare blockers stap) als ze untapped zijn.

Creatures kunnen niet getapt worden tenzij ze vanaf het begin van je beurt onder je controle zijn. Ze kunnen dus niet aanvallen in de beurt dat ze op tafel zijn gekomen. Dit heet ’summoning sickness’; ze zijn als het ware nog een beetje van slag dat ze tevoorschijn getoverd zijn. Ze kunnen dus wel blocken, aangezien ze daar niet voor getapt hoeven worden.

Je ‘declared attackers’ in 1 keer; da’s de enige keer dat je kan aanvallen. Je valt de speler aan, niet z’n creatures. De verdedigende speler kan er echter voor kiezen om zijn creatures te gebruiken om de aanvallers tegen te houden. De verdediger kan 1 aanvaller blocken met zoveel blockers als ie wil, maar kan maximaal 1 aanvaller blocken per verdediger.

Als creatures vechten, gaat het om hun ‘power’ en ‘toughness’ (de 2 getallen rechtsonder). Ze meppen elkaar tegelijk, en doen elkaar ‘combat damage’ gelijk aan hun power. Als wat er overblijft van die toughness 0 of kleiner is, is een creature dood. Als er een ‘overschot’ aan damage is, dan is het creature gewoon wat doder; het overschot gaat niet door naar de speler ofzo.

Op alles in dit spel bestaan echter uitzonderingen; er zijn creatures:

  • waarvan het overschot aan damage /wel/ doorgaat naar de speler (trample)
  • die geen last hebben van summoning sickness en dus meteen kunnen aanvallen/tappen (haste)
  • die niet hoeven te tappen om aan te vallen (vigilance; maar ze hebben nog wel summoning sickness hun 1e beurt)
  • creatures die artifacts zijn